Rizoom

Verschillende teksten over het project Rizoom
2006

Klik hier om het project te bekijken.
---
Broncode Brabantia
Jan van Heemst

Brabant – als een welig tierende wortelstok, die op een onnavolgbare manier alle kanten opschiet. Geen begin, geen einde, geen vastigheid. In eindeloze vertakkingen woekert de wildgroei voort, om onverhoeds in de meest uiteenlopende en soms tegendraadse bewegingen te verdichten tot onvoorspelbare constellaties, berstensvol verschillen en gradaties – stad en land, kavels en percelen, emplacementen en compartimenten, mest en mist, rivierklei en dekzand, Heeswijk en Dinther. Hier triomfeert het onherleidbare meervoud: herinneringen, loyaliteiten, geschiedenissen, opvattingen, groepen, families, clans, pioniers, kunstenaars. Zelfs het echtste bestaat niet zoals het zich voordoet. Breng het in kaart, en kijk: de kaart blijkt onbestemd en laat zich naar hartenlust manipuleren, herschikken, verfomfaaien. De kaart is kunstwerk, manifest of wensdroom, maar nooit plattegrond, want de plattegrond komt altijd op hetzelfde terug, terwijl de kaart blijvend aan het andere appelleert, aan een wirwar die pas in kartering plus legenda wat contouren krijgt – mijn stad, mijn dorp, mijn streek, mijn wielerronde, mijn straat, mijn faculteit, mijn parochie, mijn club, mijn idylle, mijn werk, mijn vertier, mijn school, mijn boerderette, mijn atelier. Toch is zo’n feitelijke werkelijkheid niets anders dan een codering van wat op zichzelf ongebreideld is. Het sociale, mentale en fysieke bestaan parasiteert op een instabiel substraat. Het biedt weinig soelaas. Het is iets provisorisch. Steeds is daar weer die vitale puls die het ons onmogelijk maakt de werkelijkheid van a tot z te identificeren als ons vertrouwde huis en heem, waar we het aanlokkelijke ideaal koesterden van een wereld die nog niet op drift was maar één, monolithisch en vanzelfsprekend, waar geluk nog gewoon was, alle neuzen dezelfde kant op stonden, 11 september zelfs in de afgrijselijkste horrorscenario’s nog niet opdoemde en het oprukkende fijnstof keurig aan de provinciale grens halt hield. Zeker, zonder betekenissen geen leven, maar harde garanties liggen niet een twee drie voor het oprapen. Er zijn altijd andere connecties mogelijk, verbindingen die een geheel eigen logica volgen, wars van ferme, homogene opvattingen van onze regionale werkelijkheid. In hun grilligheid smeult het verlangen. Ze zijn indicaties van een vaag en toch cruciaal gebeuren, van permanente wording. Ze uiten zich nu eens in een onderzoekend stamelen, dan weer in een vasthoudend vragen naar de opzichtige kunstmatigheid van een reëel bestaande provincie. Hoe ervaren we dat verlangen? Hoe blijven we het trouw? Elke situatie toont een ander gezicht. Brabant is niet van zichzelf specifiek, maar is dat in de manier waarop individuen en groepen hun ervaringen nu eenmaal in hun verbeelding aan een plek relateren. Juist op lokaal niveau zijn we onvoorspelbaarder in de weer dan de oude kaders ons deden geloven. De erosie van het knusse leidt tot de bloei van allerlei lichte gemeenschappen. Mensen trekken eerder tijdelijk met elkaar op,en vaker delen ze toevallige interesses. Het is hun verhaal tegenover de institutionele arrangementen van experts, beleidsmakers en overheden. Het streven onze leefwereld van wieg tot graf te koloniseren kunnen we alleen maar pareren door een hartstochtelijk beroep te doen op het vermogen zelf aandacht op te brengen voor de ins en outs van het dagelijkse bestaan. Hoe onbetrouwbaar onze ondervinding ook is, een andere broncode hebben we nu eenmal niet. Maar geen paniek! Van deze nood kunnen we een schitterende deugd maken. Zo wordt verlangen een daad van inventiviteit, zo wordt geografie choreografie, chemie alchemie, camping kunst.


Brabant ondergronds
Jan van den Langenberg

In een Brabantse landschap is niets wat het lijkt; er is ook een verborgen landschap, ondergronds, gekend maar onuitgesproken. Men kan er zwijgen, zich verstoppen om te overleven. Smokkel is al van vroeger, toen de landgrenzen er voor hen alleen maar waren om ze ongezien te passeren. Ze sleepten met alles langs velden, over paden en door bossen. De gehele omgeving, een netwerk van verstopplaatsen. Wij hebben met een monument een hommage willen brengen aan alle avonturiers die Brabant nog rijk is. Mensen die in al hun beperking maar met hun creativiteit, de wetten van buitenaf opgelegd weten te omzeilen, zich onzichtbaar maken.
Hier gaat het om het intelligente oog dat in het zichtbare ook het verborgene ziet, dat niet herkent maar proeft, dat niet naar volledigheid op zoek is, maar naar inzicht, door ervaring zijn voorstellingsvermogen wil beproeven, dat in het toevallige het wezenlijke ontdekt.


Gedicht voor Brabant
De Bernhezer, (plaatselijke krant)

Kris kras door elkaar, op een rizomerende ondergrond de oproep; bezing het Brabantse land. Een oproep op poster om te komen zingen op de opening van de Kunstcamping, met eigen creativiteit als inzet. Door heel Heeswijk – Dinther en aangrenzende dorpen zijn deze posters verspreid.
Er werd gelachen en kritisch geluisterd. De voordrachten waren scherp, dan weer euforisch, soms zelfs surrealistisch met een dadaïstisch aureool. De jongste deelneemster, met een eigenzinnige kijk op het Brabantse land won met een swingend gezongen zelf geschreven lied de eerste prijs. Een prijs, uitdagend contradictoir vormgegeven, een gigantische oorkonde.
Met dit certificaat om haar nek zong ze nog eenmaal het refrein. “Natuur..... Je kijkt naar buiten en wat zie ik daar, het is de natuur dat is niet zo raar”.


Klaagzang:Landschap als optelsom van chemische verbindingen.
Jan van den Langenberg

Op locatie, het Brabantse land als eindeloos bodemprofiel laten voorlezen, iets tussen zingen en voordragen in. Tekens weer door een ander, overgenomen als een eindeloos profiel met de stem als instrument, die de aarde, de samenstelling van de grond van daar probeert te duiden.
De boerenschuur, 20 x 12 meter, die als onze uitvalsplek gold naar het landschap toe, hebben we geannexeerd in onze wijze van werken, hoe hier om te gaan met ruimte. Aan de twee lange zijden, zijn 14 luidsprekers gemonteerd die deze litanie ten gehore brengen. Een minimale ingreep in deze schuur met een traag etssent effect. Er wordt door ons gesproken, gezongen en gefluisterd. Van zeer ingehouden tot zeer expliciet. Eindeloze bodemonderzoeken van daar en uit de directe omgeving zeer zorgvuldig voorgedragen.

De geluidssculptuur is tijdens de tentoonstelling continu hoorbaar. Ervaar en ontdek zo de onzichtbare materie die dit land vanuit de diepte tracht te voeden.
Meer dan vierhonderd formules worden hier ten gehore gebracht. Het was na verloop van tijd of we de aarde zelf konden proeven.


Economie
Jan van den Langenberg

In de weidsheid van het landschap bewegen kleine minuscule figuurtjes. Mensen die in gesprek zijn met zichzelf, zo lijkt het op het eerste gezicht. Wat niet zichtbaar is, zijn hun mobieltjes, de knopjes in het oor. Zij voeren gesprekken dwars door en over dit landschap heen. Eén voor één worden ze gebeld. Waar gaan deze, midden in dit stiltegebied, in het hoge gras gevoerde gesprekken over? Waar kunnen we dit geheimzinnig aanziend betoog van iets, ergens terug vinden? Wie zijn deze vertegenwoordigers op afstand, de in maatpak, in het tegenlicht, kleine silhouetten? Ze zijn wellicht met de wereld in gesprek over dit wel of niet typerende Brabantse landschap. Al bellend cirkelen ze om elkaar heen, farden opvangend van hun elkaar meegedeelde onderwerp. Welk belanghebbend callcenter voert hier de regie en wat voor vragen worden op hen afgevuurd. Of kijken we hier naar een moderne dans met een ingebelde geografie. Zoekt men, als in een laatste poging, een ultieme beweging, de leegte op waar men zichzelf kan zijn. Wellicht biedt deze leegte nog een reserve, waarbij realiteit en verbeelding als ijle luchtlagen over elkaar heen liggen.


---

Terug naar teksten